De pensioenhervorming: wat verandert er voor
jou?
De federale regering heeft de grote lijnen van de pensioenhervorming definitief goedgekeurd. Het ontwerp gaat nu naar het parlement en als alles volgens plan verloopt, is de hervorming voor de zomer volledig van kracht. Maar wat betekent dit nu concreet voor jou als werknemer? We zetten de belangrijkste veranderingen voor je op een rij.
Wat is een loopbaanjaar voortaan?
Een van de meest ingrijpende wijzigingen heeft te maken met de definitie van een loopbaanjaar. Tot nu toe telde een jaar mee als je minstens 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen kon voorleggen. Dat minimum wordt opgetrokken naar 156 dagen, wat overeenkomt met een halftijdse tewerkstelling. Dit geldt zowel voor effectief gewerkte dagen als voor gelijkgestelde dagen, zoals periodes van ziekte, zorgverlof of werkloosheid. Die gelijkstellingen blijven dus bestaan.
Voor wie deeltijds werkt, worden de dagen berekend op basis van de tewerkstellingsgraad in je contract. Wie vier vijfde werkt van een voltijdse job van 38 uur, haalt jaarlijks 250 dagen. Het maakt daarbij niet uit hoe je uren verdeeld zijn over de week.
Om de overgang te verzachten zijn er een aantal beschermende maatregelen voorzien. Wie in 2025 al 60 jaar of ouder was, kan door de nieuwe regels maximaal één jaar later met pensioen. Wie in 2025 59 jaar was, kan maximaal twee jaar later met pensioen gaan. Wie net afstudeert en onmiddellijk begint te werken, hoeft dat eerste werkjaar slechts 104 dagen te halen. Bovendien krijgt iedereen een potje van vijf zogenaamde "pechdagen" waarmee je jaren kunt aanvullen waarin je net tekortkomt. Die pechdagen zijn echter niet inzetbaar voor het eerste loopbaanjaar.
Er is ook aandacht voor mensen die halftijds in ploegen werken en afwisselend langere shiften en compensatieverlof opnemen. Zij komen in sommige jaren niet aan 156 dagen en in andere jaren net daarboven. Voor hen komt er een apart correctiemechanisme zodat ze niet onterecht jaren verliezen.
Vervroegd pensioen vanaf 60 jaar na 42 jaar werken
Naast de bestaande mogelijkheid om met vervroegd pensioen te gaan na 44 loopbaanjaren, komt er een nieuwe weg voor wie al van jongs af aan aan de slag ging. Wie 42 loopbaanjaren kan aantonen waarvan elk jaar minstens 234 gewerkte dagen telt — dat is driekwart van een voltijdse tewerkstelling — kan al vanaf zijn of haar 60e met vervroegd pensioen. Moederschapsrust, tijdelijke werkloosheid, overbruggingsrecht en militaire dienstplicht worden hierbij gelijkgesteld.
Bonus en malus: langer werken wordt beloond en vroeger stoppen kost
De hervorming voert ook een systeem van bonus en malus in, gekoppeld aan het moment waarop je met pensioen gaat ten opzichte van de wettelijke pensioenleeftijd.
Wie vervroegd met pensioen gaat, kan geconfronteerd worden met een malus: een verlaging van het pensioenbedrag. Voor wie geboren is in of na 1975 bedraagt die verlaging 5 procent per jaar dat je vroeger stopt dan de wettelijke pensioenleeftijd. De malus geldt voor de rest van je leven. Je kunt de malus echter vermijden als je aan drie cumulatieve voorwaarden voldoet: minstens 35 loopbaanjaren met elk 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen, én in totaal 7.020 gewerkte dagen over de hele loopbaan. Periodes van ziekte, moederschapsrust en zorgverlof worden daarbij gelijkgesteld. Tijdelijke werkloosheid eveneens.
Wie omgekeerd langer doorwerkt dan de wettelijke pensioenleeftijd, heeft recht op een bonus: een verhoging van 5 procent per extra jaar, voor wie geboren is in of na 1973. Ook hiervoor gelden de voorwaarden van 35 loopbaanjaren van 156 dagen en 7.020 gewerkte dagen in totaal. Periodes van werkloosheid, landingsbanen en langdurige ziekte worden hier niet gelijkgesteld.
SWT, werkloosheid en landingsbanen tellen minder mee
Gemiddeld bestaat een loopbaan voor zo'n 30 procent uit gelijkgestelde periodes. Dat zijn periodes waarin je niet werkte, maar die toch meetellen voor je pensioen. Denk aan ziekte, zorgverlof en moederschapsverlof, maar ook aan het vroegere brugpensioen (SWT), werkloosheid en landingsbanen.
Voor die laatste drie categorieën wordt het minder gunstig. Vanaf 1 januari 2027 worden die periodes niet langer gelijkgesteld op basis van je werkelijk loon, maar op basis van een beperkt fictief loon. Dat kan je uiteindelijke pensioenbedrag drukken. Tijdelijke werkloosheid blijft wel volledig gelijkgesteld. En wie in een landingsbaan doorwerkt tot de wettelijke pensioenleeftijd, behoudt de berekening op basis van het normale loon.
Bovendien komt er een plafond op het aandeel van die drie categorieën gelijkgestelde periodes in je pensioen. Voor wie geboren is vanaf 1968 tellen periodes van werkloosheid, SWT en landingsbanen alleen mee zolang ze gezamenlijk niet meer dan 20 procent van de loopbaan uitmaken. Wie daarboven zit, verliest de pensioenopbouw voor het gedeelte boven dat plafond.
Progressieve werkhervatting na ziekte of arbeidsongeval
Een positieve maatregel betreft werknemers die na een arbeidsongeval of beroepsziekte opnieuw gedeeltelijk aan de slag gaan. Tot nu toe werden zij benadeeld in hun pensioenopbouw als ze minder dan 66 procent hervatten. Dat minimumpercentage verdwijnt. De pensioenopbouw tijdens een progressieve werkhervatting wordt voortaan berekend in verhouding tot de graad van arbeidsongeschiktheid, en het maakt niet langer uit of die ongeschiktheid tijdelijk of blijvend is.
Je aanvullend pensioen
Ga je met (vervroegd) pensioen, dan wordt ook je aanvullend pensioen automatisch uitbetaald. De verzekeraar of het pensioenfonds dat je aanvullend pensioen beheert, wordt automatisch op de hoogte gebracht van je pensionering en regelt vervolgens de uitbetaling.
Wanneer zie je de impact op jouw pensioen?
De Federale Pensioendienst werkt aan een update van mypension.be. Tegen het najaar zou duidelijker worden wat de hervorming betekent voor jouw vroegste pensioendatum. De volledige impact op je pensioenbedrag zal pas na de zomer van 2027 zichtbaar zijn in het systeem. Heb je vragen of wil je weten hoe jouw persoonlijke situatie eruitziet, aarzel dan niet om contact op te nemen met je BBTK-secretariaat.




