Wat gebeurt er met uw aanvullend pensioen als u van werkgever verandert?
Wie bij een werkgever een aanvullend pensioen opbouwt – ook gekend als de tweede pensioenpijler of groepsverzekering – ziet dat opgebouwde kapitaal niet verdwijnen bij een jobwissel. Het geld blijft van u. Maar wat ermee gebeurt tot uw pensioenleeftijd, is wel een keuze die u zelf moet maken. Doet u dat niet, dan loopt u het risico dat uw partner of kinderen bij een overlijden vóór uw pensioen dat kapitaal volledig mislopen.
Een brief die u niet zomaar mag negeren
Verandert u van werkgever, dan bezorgt de pensioeninstelling van uw vorige werkgever u een brief met de mogelijke keuzes voor uw opgebouwde reserves. Niet op die brief reageren, betekent dat u automatisch de standaardkeuze krijgt. Dat is niet altijd de beste optie voor uzelf of voor uw nabestaanden. Hieronder zetten we de drie mogelijkheden op een rij.
Optie 1: u onderneemt niets, het kapitaal blijft staan
Reageert u niet, dan blijft uw opgebouwde pensioenkapitaal gewoon bij uw vorige werkgever staan, in wat een "slapend contract" wordt genoemd.
Dat hoeft geen slechte keuze te zijn. Wie zich vóór 2015 aansloot bij een plan met vaste bijdragen, geniet vaak nog een gewaarborgd rendement tussen 3,25 en 4,75 procent. Stapte u pas na 2015 in, dan ligt dat gewaarborgde rendement doorgaans veel lager, soms zelfs onder 1 procent. In dat geval kan het lonen om uw reserves alsnog over te brengen naar een plan met een beter rendement, ook als dat pas maanden of jaren na uw jobwissel gebeurt.
Belangrijker nog is wat er gebeurt als u overlijdt vóór uw pensioenleeftijd. Niet elk contract beschermt dan uw nabestaanden. Bij een contract van het type UKMR krijgen zij bij uw overlijden gewoon de opgebouwde reserves uitgekeerd. Bij een contract van het type UKZT is dat niet zo: overlijdt u vóór uw pensioen, dan gaat dat kapitaal volledig verloren voor uw partner of kinderen. Via MyPension.be kunt u nagaan met welk type contract u te maken hebt.
Hebt u een UKZT-contract, dan kunt u binnen het jaar na uw jobwissel nog vragen om dit om te zetten naar een UKMR-contract. Zo zijn uw nabestaanden toch verzekerd van een uitkering bij overlijden, en behoudt u bovendien de gunstige rendementsgaranties van uw oude contract. Let wel: in ruil verliest u het zogenaamde sterfterendement, een extra rendement dat normaal net dient om het ontbreken van een overlijdensdekking te compenseren. Blijft u in leven tot uw pensioen, dan valt uw eindkapitaal daardoor iets lager uit. Hebt u via uw nieuwe werkgever al een goede overlijdensdekking, dan is zo'n omzetting meestal niet nodig.
Optie 2: overdragen naar een onthaalstructuur bij de oude werkgever
U kunt uw reserves ook laten overdragen naar een aparte "onthaalstructuur" bij uw vorige pensioeninstelling. Daarmee verdwijnt de band met uw oude werkgever, en verliest u ook de rendementsgaranties die aan uw oorspronkelijke contract verbonden waren.
Het rendement dat u in die onthaalstructuur kunt behalen, hangt af van de formule die wordt aangeboden: een verzekering met een gewaarborgd rendement, of een variant die gekoppeld is aan beleggingsfondsen en dus meer kan opbrengen, maar ook risico inhoudt. Deze overstap kan vooral interessant zijn als uw huidige contract weinig rendement biedt, wat vaak het geval is wanneer u pas na 2015 instapte.
Twijfelt u, vraag dan een simulatie op van het verwachte kapitaal in de onthaalstructuur en vergelijk dat met de "verworven prestatie" die vermeld staat op uw uittredingsfiche. Is de simulatie voordeliger, dan kan een overstap de moeite waard zijn.
Ook in de onthaalstructuur kunt u meestal zelf een overlijdensdekking toevoegen, gaande van geen dekking tot een volledige terugbetaling van de reserves of zelfs meer. Hoe hoger die dekking, hoe lager uiteindelijk uw kapitaal op pensioenleeftijd, omdat een deel van uw reserves dient om die dekking te financieren. Anders dan bij optie 1 is deze keuze niet beperkt tot het eerste jaar na uw jobwissel.
Optie 3: overdragen naar uw nieuwe werkgever
Een derde mogelijkheid is uw opgebouwde reserves mee te nemen naar uw nieuwe werkgever. Daarbij kunt u zelf niet kiezen of uw geld terechtkomt in het pensioenplan van uw nieuwe werkgever, of in een onthaalstructuur die deze aanbiedt. In de praktijk belandt het meestal in zo'n onthaalstructuur.
Komt uw kapitaal toch in het pensioenplan van uw nieuwe werkgever terecht, dan gelden voortaan dezelfde voorwaarden – ook voor de overlijdensdekking – als voor de bijdragen van uw nieuwe werkgever. Belandt het in een onthaalstructuur, dan kunt u daar, net als bij optie 2, zelf een overlijdensdekking aan koppelen, bovenop de dekking die al via uw nieuwe pensioenplan loopt.
Waarom deze keuze ertoe doet
De Ombudsman van de Verzekeringen merkt steeds vaker op dat nabestaanden naast opgebouwd pensioenkapitaal grijpen, omdat een werknemer vóór zijn pensioenleeftijd overleed terwijl zijn reserves bij een vorige werkgever bleven staan in een contract zonder overlijdensdekking. Een bewuste keuze maken in plaats van de brief van uw pensioeninstelling te negeren, kan dat voorkomen.
Hebt u vragen over uw eigen aanvullend pensioen, of twijfelt u welke keuze het beste bij uw situatie past? Neem gerust contact op met BBTK Limburg.



